De dag nadien, het is als een mooie begrafenis, alles is zo triest en toch ook zo mooi. We wandelen en tussen ons in onze vreugde en hun verdriet, die afwisselend een lichtheid en een zwaarte over ons laten komen.

We wandelen en zwijgen. Het water komt en gaat, de wind streelt en slaat onze gezichten, we kijken naar onze voeten die wegzakken in het zand en dan naar de einder en het landschap dat ontroert en verstilt en vertraagt.

En wat zijn we plots groot geworden. De gevolgen harder, de toekomst onontkoombaarder en echter. Dat dromen, dat huppelen, zingen en giechelen zeldzamer. De stiltes zwaarder, geladen.

Wat zijn we plots ondraaglijk groot geworden. Ik kan er om janken, om wat kwijt is. Een versie van mezelf die ik nog koester en mis maar die kwijt is. Maar het ontroert me dat we elkaar niet (altijd) kwijt zijn. En soms is het verdomd moeilijk en soms lukt het niet. Maar vandaag is het zoals een mooie begrafenis, zo triest en toch zo mooi. En we genieten van die intensiteit. En we vinden mekaar af en toe.

Categorieën: Geen categorie | Een reactie plaatsen

sporrewoan

elke dag is ongeveer hetzelfde:
ze kan vandaag ongeveer even weinig als gisteren
ze is vandaag ongeveer zo klein als gisteren

en zo gaat dat nu al tien maand
dus moet ze toch ongeveer
zo klein zijn en zo weinig kunnen
als tien maand geleden

maar ze schatert en ik kijk op
het lijkt zo plots
dit vinnig explorerend mensje
een sporrewoan zoals opa haar noemt
ze kan zo ongelooflijk veel al

stond net haar papa te assisteren bij het uitladen van de vaatwasmachine
wijst en kruipt en stapt en trekt en is boos en proest en brabbelt en
slaat blokjes tegen elkaar en charmeert en luistert en luistert niet

zij zit daar, ze kijkt me aan met die grote, vertrouwde ogen
verwonderd om mijn tranen
wijst ze en kruipt naar me toe

zo plots is dit meisje, dit prachtige meisje, een peutertje geworden
en ik huil daarom

omdat ik haar al mis, toen ze nog in mij
en ook lang daarna nog deel van mij was
maar ook omdat ik haar zo mooi vind
en elke dag mooier
omdat ik zo dankbaar ben om haar
om haar vingertje dat aarzelend mijn tranen aanwijst
en daarna resoluut in mijn neusgat verdwijnt

img_3927-2

Categorieën: Geen categorie | 2 reacties

over hoe ik dit op geen enkele manier had zien aankomen

Bijna 6 maand Mira nu. Tijd om eens te schrijven.

  • Over daarvoor. Toen we er al over spraken. En hij wel wou. En ik zo bang. Ik somde op waarom nog niet. Dat het goed ging, niet beter kon, elke verandering een risico was, een kans op minder goed. Dat dit de grootste verandering ooit zou zijn. Dat ik het niet eerlijk vond dat je hiervoor moet kiezen. Dat de verantwoordelijkheid dan des te zwaarder is. Dat ik bang was voor teveel liefde. En dus teveel angst en zorgen. … Ik bleef maar opsommen, er kwam geen eind aan.
  • Over die ene keer, toen we wat mis rekenden. Hoe ik later een test deed. Hoe ik angstig zijn naam schreeuwde. Alsof hij het ongedaan kon maken. Hoe hij – het was zondag – nog naar de apotheker van wacht reed voor een tweede test, een digitale. Hoe ik het antwoord niet wilde weten, ik bleef woest in de potten roeren. Hij stond daar met de test, wist niet hoe hij het moest zeggen. Hoe angstig ik was. Paniek. Hoe ik er niet over wou praten, omdat het er dan niet was. De sms van de dokter: ‘Proficiat, u bent zwanger’ en het verstikkende gevoel dat me bekroop.
  • Over die avond toen ik ineens heel veel bloed verloor. Hoe ik zeker was dat het er niet meer was. Hoe ik huilde. Niet wist wat te voelen: opnieuw paniek, opluchting, verdriet. En hoe dan later het vruchtje er toch nog bleek te zijn. En alweer geen duidelijke blijdschap.
  • Hoe ik de weken daarna elke ochtend dacht: ben ik al blij? En het niet was. Het vieze gevoel dat me bekroop als ik eraan dacht, als ik erover moest praten. Dat hij blij was en ik niet. En hoe erg ik dat vond voor hem en hoe schuldig ik me voelde. Hoe lief hij was en me verzekerde dat het oké was en dat ik mezelf alle tijd en ruimte mocht geven. Hoeveel ik bij familie en vrienden heb gespeeld dat dit goed nieuws was en hoe ik me nadien extra slecht voelde. Abnormaal. Onbegrepen.
  • Over mijn lichaam en ik die walgde van de veranderingen. Hoe mijn lichaam mijn angst negeerde en er helemaal voor ging. De borsten, tepels, de buik, later de melk die zich al belachelijk vroeg aanmeldde. Mijn lichaam stak mijn hoofd voorbij. Hoe ik me verraden voelde.
  • De onvriendelijke gynaecologe die langs haar neus weg vertelde dat het een meisje was. Hoe voor het eerst een golf van ontroering mij overspoelde. Een meisje. En ook een steek van verlies: een meisje, en dus geen jongen.
  • Over de bevalling. Hoe het ’s nachts begon, ik kaarsjes aanstak en lichten dimde. Hoe al heel snel een tornado door mijn lichaam raasde. Ik steunde op haar toekomstige parkje, de enige houding die het een beetje dragelijk maakte. De vroedvrouw wreef cirkeltjes op mijn rug. Hoe verschrikkelijk snel het allemaal ging. Hoe ik plots in het ziekenhuis in bad zat en de persweeën daar al waren. Hoe ontzettend veel pijn het deed. De tornado scheurde mijn lijf in tweeën. Hoe mijn lichaam het helemaal overnam van mijn hoofd.

    Hoe ik alleen!maar!wou!dat!de!pijn!ophield!en!de!rest!mij!niets!kon!schelen!

    En hoe zij plots op mij lag. En de pijn weg was.

  • Hoe trots ik was toen de vroedvrouw zei dat mijn lichaam gemaakt was om kinderen te krijgen. Hoe ik vol afschuw terugdacht aan de pijn en dit nooit meer. En hoe snel ik verliefd werd op haar. Hoe ik de eerste weken alleen maar haar verslavende geur wou opsnuiven. Hoe ik me steeds meer verbonden voelde met dit wezentje.
  • Over hoe ik dit op geen enkele manier had zien aankomen! Op geen en-ke-le manier!
    Hoe alles veranderde toen zij er was. Dat lichamelijke, dierlijke bijna van de bevalling. Hoeveel vertrouwen dit me gaf in mijn lichaam, in plaats van die walging. Hoe mijn borsten ineens de verbinding werden tussen mij en haar. De nieuwe navelstreng. Over hoe er amper sprake is van onzekerheid als het over haar gaat, hoe ik – de eeuwige twijfelaar, altijd onzeker – voel wat ze nodig heeft, wat goed voor haar is. Hoe dit kind me grondt. Hoeveel liefde ik voel, soms niet in te tomen. Hoeveel méér ik ben met haar, dankzij haar. En hoe goed dit voor ons is. Over hoe prachtig ik hem vind als papa.
    Maar ook! Over hoe pittig dit is. Zij is. En zwaar. Hoe we dit óók niet hadden zien aankomen, zij: één brokje onrust, vele slapeloze nachten – nog altijd, zo gevoelig, zo veel nood aan de armen, stem, warmte van mama & papa, zoveel huilen, zo heftig. Alles wat bij baby’s van vrienden zo vlot gaat, gaat bij haar zoveel moeizamer. Hoe moedeloos we er soms van worden.

Maar we zouden haar niet anders willen. Ze doet ons nadenken, stilstaan, terugkeren, anders naar elkaar kijken, ze doet ons trots zijn op elkaar. Meer dan wat dan ook tot nu toe, doen we dit sámen, begrijpen we elkaar, moeten we ’t beste uit elkaar halen. En dat doen we.

6 maand Mira.  Hoe moeilijk het ook startte en hoe moeizaam het soms gaat. We zouden haar niet anders willen.

Categorieën: Geen categorie | 4 reacties

gedachten van een mama

Ondergedompeld in jouw wereld. Al 4 maand ondertussen.

Mijn leven bestaat eigenlijk vooral uit jou nu. Nog een maandje en dan moet ik terug naar de ‘echte wereld’. Ik ben zo aangenaam verrast: hoe fijn ik die onderdompeling vind, hoeveel rust jij brengt, hoeveel ik leer over mezelf, wat jij met me doet, wat jij brengt: ontroering, vreugde en schoonheid. Hoe ik nog nooit zo duidelijk geweten heb als nu, wie ik ben: jouw mama. Alles is zo relatief, alles verandert, alles onzeker, behalve dit: ik ben jouw mama, jij mijn dochter. Jij leeft al 4 maanden enkel en alleen dankzij de melk die mijn borsten voortbrengen. Hoe speciaal is dat? Niets anders heb jij nodig om te groeien en te bloeien. Jouw voortdurende onrustige lijfje vindt ’s avonds rust aan mijn borst, jij bent dan een soort verlengde van mij. Jouw lijfje tegen mijn lichaam, het is verslavend.

Jouw onrust, je nieuwsgierigheid, je schrikken en niezen, jouw wipneusje, je blik van herkenning en dan die heerlijke lach, je pruillipje, die mondhoekjes die naar beneden gaan voor je begint te huilen, je grijpende vingertjes, je naveltje, je prachtige oogjes, je concentratie, je haastige lipjes aan mijn tepel, je hysterie soms, je oogjes die roepen: ‘nog een keer!’ als we van vliegtuigje doen, je beentjes die niets anders willen dan zich afduwen, je trotse blik als je heel je lichaampje kan strekken, het druppeltje speeksel dat onderaan je lipje hangt als je je heel erg inspant daarbij, je tranen, je heerlijke eierhoofdje, mijn onvoorwaardelijke liefde voor jou. Het brengt me zoveel vreugde. Liefde die van zo diep komt.

Vreugde, liefde, schoonheid, een wonder. Het zijn woorden die me doen denken aan wat ik leerde over god vroeger. Is dit god? Dat mag, dat moet niet. Ik heb het in relatie tot die god van toen nooit gekend. Later wel, met jouw papa. En nu, met jou, dankzij jou. Meer moet dat niet zijn, iets hogers hoeft niet. Het mag, maar het moet niet.

IMG_1589

 

Categorieën: Geen categorie | 1 reactie

gedichtje voor jou

 

Schermafdruk 2016-03-16 10.35.51

 

Categorieën: Geen categorie | Een reactie plaatsen

oma

toen
met trotse glimlach en ogen die schitteren
aanschouwt ze haar spelende kroost
vanachter haar keukenraam

zachte handen en sterke armen
voor het troosten, dragen, wiegen en beschermen
zo vertrouwd, zo veilig
boenen het aanrecht schoon

ze draagt een keukenschort met bloemetjes
geurend naar ajuin en patatten
om verlegen gezichtjes in te verbergen
om tranen in op te vangen

gisteren
haar trotse glimlach duwt rimpels opzij
haar ogen versierd met kraaienpootjes
schitteren nog steeds vol liefde en ook wijsheid nu
genietend van haar drukke, bezige nageslacht

de keukenschort versleten
haar ruwe handen en bevende armen
wiegden ondertussen ook talloze kleinkinderen en achterkleinkinderen
nog steeds zo vertrouwd, veilig

nu
niet onsterfelijk maar eeuwig
want zie de trotse glimlach van haar kinderen
haar kleinkinderen die nu ook troosten, dragen, wiegen en beschermen
en zie de oogjes van de achterkleinkinderen
ze schitteren

P1000156

Categorieën: Geen categorie | 1 reactie

mirakel

je bent nu vier weken bij ons
wat was het rustig voor zij er was – wat hadden we veel tijd – wat waren we vrij
hebben we tegen elkaar gefluisterd
maar ook:
wat is ze mooi – wat ruikt ze heerlijk – wat houden wij van haar
we maken soms ruzie over wie jou mag vasthouden, bij wie in de draagdoek,
zelfs wie je mag verversen

we leren je kennen, elke dag een beetje meer
je neusje dat moedig wipt, voorzichtige nog niet bewuste lachjes
grote ogen gefascineerd door licht, kleur, onze haarlijn
je verslavende geur
grijpende vingertjes, wriemelende beentjes, een schattig o-mondje als je honger krijgt

ik heb gehuild:
ik wou slapen
wist niet wat je van me wou
ik weet het zo vaak niet
jij weet het zelf niet, denk ik dan

jij leert jezelf kennen, elke dag een beetje meer
en de wereld:
mama en papa, geur, geluid, pijn, honger, zoveel verschillende armen en stemmen
onbekend allemaal, zo nieuw
na 9 maanden in die rustige, vertrouwde, warme plek maakt het je bang, onrustig

maar geborgen in onze armen word je dan plots:
een heerlijk ontspannen meisje, in diepe slaap, met vage glimlach, zachte kreuntjes
één en al vertrouwen, deel van ons en wij deel van jou

Categorieën: Geen categorie | 2 reacties

de dag erna

de dag erna
ik op de fiets
voel kleine steekjes
alsof jij je zaadje hebt geplant
en dat nu
aan het kiemen is

dat is alles wat ik me erbij kan voorstellen
iets frisgroen
een scheutje

jij hebt gezegd hoe blij je bent
al tegen mijn buik gefluisterd
dat je ervan houdt

maar het is slechts een puntje nu
en al wat ik me erbij kan voorstellen
is dat frisgroen
dat scheutje
lente
en daarna zomer?

Categorieën: Geen categorie | 4 reacties

vals

toen god nog een jongen was
met groene ogen en driehonderd sproeten
dacht hij: wat is het mooi hier
want hij zag enkel een korenveld
een blauwe hemel en vogels
hij hield van vogels

toen god nog kon dansen
met de andere kinderen
en vals zong
sprong op één been
van 1, 2, 3 stap
zei hij: wat ben ik hier graag
en wat goed dat ik dit gemaakt heb
want de handen waren warm
de stemmen gelukkig

toen werd god een soldaat
die doden moest
een vrouw
die haar kinderen verloor
een kerkganger
die alleen haten kon
een pester
waardoor een ander
niet meer leven wilde
een man
die vrouwen wilde
het liefst wanneer ze huilden

en hij dacht:
wat is het hier slecht
het korenveld verdwenen
wat heb ik gemaakt
de vogels verstomd
en hij weende

Categorieën: Geen categorie | Een reactie plaatsen

wat verlegen

Ze heeft toen beslist dat
hij bestond
alleen wat verlegen was

Ze had hem veel gevraagd
of hij kon tonen
welke weg ze moest
welke man of vrouw haar helpen kon
welk dak haar droog kon houden
welke hand haar troosten
ze koos steeds de foute weg,
het lekkende dak, de hand die sloeg

Ze had hem veel gevraagd
gesmeekt dat haar zoon
zou zuchten
zijn lipjes zou openen
tot zij haar tepel zachtjes
in dat kommetje kon laten rusten
haar trieste tepels
vonden geen lipjes
en barstten uit

Ze had hem veel gevraagd
of de stilte haar vriend kon worden
niet haar plaaggeest:
die haar op haar schouder tikte
en als ze zich omdraaide
vol verwachting
nergens was
of ze hem kon omarmen
zoals ze soms probeerde
waarna hij haar meedogenloos
op de grond wierp

Ze had hem veel gevraagd
dat wist ze wel
te veel want
afgeschrikt zweeg hij

Ze heeft toen beslist dat
hij bestond
alleen wat verlegen was

Categorieën: Geen categorie | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.